Skip to main content

Instituut Motus Mori Archief van de uitstervende beweging

Bewegingsinterview, foto Katja Heitmann

Om bewegingen voor uitsterven te behoeden, stichtte choreograaf Katja Heitmann het Instituut Motus Mori. Het richt zich op ‘het verzamelen, bewaren, tonen en overdragen van bewegingserfgoed’. In 2020 kreeg ze van Dioraphte een ‘impulstoekenning’. Die bijdrage stelt haar in staat met meer dansers gedurende een langere periode te werken, zodat ze een groter bewegingsarchief kan opbouwen en dat aan een groter publiek op nationale en internationale festivals en in musea kan tonen. ‘Het idee voor een archief van de uitstervende beweging ontstond na de dood van mijn vader,’ vertelt Heitmann. ‘Hij liet niets tastbaars na. Ik ging op zoek naar iets dat ik toch nog kon bewaren. Toen stelde ik me voor hoe hij aan tafel zat en nadenkend aan zijn neus krabde. Ik dacht: misschien kan je daar ook aandacht aan besteden, voordat iemand verdwijnt. Dan ga je heel anders naar iemand kijken.’

Kinetisch portret

‘Het werkt zo,’ legt Heitmann uit. ‘We gaan de steden in en vragen aan mensen om hun bewegingen aan ons te doneren. Dansers gaan daarna die bewegingen in hun lichamen opslaan, als een kinetisch portret. Dus het archief werkt van lichaam, naar lichaam, naar lichaam…’ De gedoneerde bewegingen vormen de basis van bewegingstentoonstellingen, waarin de dansers een aantal weken lang, vijf uur per dag, de bewegingen aan het publiek, aan de stad tonen. Omdat Motus Mori meerdere weken in een stad is, ontstaat ‘de beweging van Utrecht’, ‘de beweging van Den Haag’ of ‘de beweging van Tilburg’.

Ongrijpbare kern

De band tussen danser en het publiek dat gedoneerd heeft, is heel speciaal, meent Heitmann. ‘In een interview van een uur verdiept de danser zich intensief in de donateur. Dan voert hij of zij de beweging sterk vertraagd uit. Dat maakt ze abstract en universeel. Mensen zien een soort ongrijpbare kern van zichzelf terug. Dat emotioneert.’ Een voorbeeld: Motus Mori heeft zeven van de nog honderd overgebleven Zusters van Liefde in Tilburg geïnterviewd. Een van de nonnen doneerde haar avondritueel. Heitmann: ‘Voordat ze naar bed gaat, steekt ze een kaars aan, knielt ze en doet ze haar gebeden. Ze vertelde dat ze nu, als ze haar avondritueel doet, de danser voor zich ziet die haar bewegingen in haar lichaam heeft gearchiveerd. Dat werkt troostend en verbindend.’